Schrijf een brief aan Etty Hillesum

Afbeelding: Femme ter Haar
WEDSTRIJD
Schrijf een brief aan Etty Hillesum
Volkskrantcolumnist Gerda Blees maakt in haar rubriek een goed idee graag concreet. En zo bedacht ze de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd, om het gedachtegoed van de in Auschwitz omgebrachte Etty Hillesum levend te houden. Hillesum reflecteerde prachtig op onder andere het kwaad in de mens – aan u de oproep om Hillesum een brief te schrijven, in haar geest. De beste brief wint een prijs, en publicatie in de Volkskrant. Nog meer details legt Blees hieronder uit.
Door Gerda Blees
Ik ontdekte Etty Hillesum een beetje laat. Haar naam zweefde ergens achter in mijn bewustzijn, daar waar ook Frida Vogels en Henriette Roland Holst rondhangen, onder de noemer ‘vrouwen die vroeger mooie dingen hebben geschreven’. Mooie dingen, ongetwijfeld, maar ik had ze niet gelezen. Tot ik iemand een tekst van haar hoorde voorlezen, iets meer dan een jaar geleden, in een meditatiezaaltje vol boeddhisten in een klein retraitecentrum in Zeeuws-Vlaanderen.
Achteraf weet ik niet meer zeker wat ik toen hoorde. Misschien dat stukje waarin Etty Hillesum schrijft dat je nooit alle Duitsers mag haten, want stel dat er toch nog ergens één fatsoenlijke zou zijn. Of het stukje waarin ze zegt dat ze wil mediteren om liefde te ervaren, geen ‘luxe-liefde’ om een half uurtje van te genieten, ‘maar liefde, waar je iets mee kunt doen in de kleine, dagelijkse praktijk’. Misschien was het die laatste zin uit het laatste bewaard gebleven dagboek? ‘Men zou een pleister willen zijn op alle wonden.’
Of was het wat ze op 19 februari 1942 had geschreven over een ontmoeting met een studievriend in de gang van de universiteit? De studievriend had haar verteld over een gemeenschappelijke kennis die was doodgemarteld door de Duitsers. Hillesum schreef: ‘‘Wat is dat toch in de mensen om anderen kapot te willen maken?’, vroeg Jan verbitterd. Ik zeg: ‘De mensen, ja de mensen, maar bedenk, dat je daar zelf ook onder valt.’ En dat wilde hij onverwachts zomaar toegeven, de bokkige, norse Jan. ‘En die rottigheid van de anderen zit in ons ook’, preekte ik door. ‘En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum in te keren en daar uit te roeien al die rottigheid.’’
Rottigheid alom
Het was winter 2024, het rapport van Amnesty International over de genocide in Gaza was net verschenen. Donald Trump was met veel antimigratieretoriek herkozen als president van de Verenigde Staten. In Nederland was een kabinet aangetreden dat het parlement wilde omzeilen om strenger asielbeleid te maken. Een vriendin die regelmatig in asielzoekerscentra kwam, had me verteld hoe die plekken vervuilden en de sfeer er verhardde, onder het mom van versobering van de opvang. Rottigheid alom.
Etty Hillesum was de oudste dochter van een Nederlands-Joodse vader en een Russisch-Joodse moeder. Haar dagboeken en brieven schreef ze midden in de Tweede Wereldoorlog, tussen 1941 en 1943, eerst in Amsterdam en later in Westerbork.
Onderduiken voor de Duitsers weigerde ze, dat vond ze niet eerlijk tegenover de vele Joodse mensen die niet genoeg geld of connecties hadden om te kunnen onderduiken. Ze wilde het lot van haar volk delen. En dat deed ze: in september 1943 werd ze op 29-jarige leeftijd samen met haar vader, moeder en jongere broer naar Auschwitz gedeporteerd. Ze kwam er niet levend vandaan.
Dagboeken
Meteen na het horen van die eerste dagboekfragmenten, dacht ik: naar deze vrouw moet een prijs worden vernoemd. Die gedachte werd nog sterker toen ik haar dagboeken begon te lezen. Ik ontdekte hoe haar morele en spirituele overtuigingen verweven waren met de praktische en emotionele beslommeringen van haar leven. Haar zoektocht naar meer innerlijke rust was een drijfveer geweest om te beginnen met het schrijven van een dagboek. Soms leek het of ze die rust heel even had gevonden, dan schreef ze: ‘Ik hoef nou niet meer te denken of niets.’ Om er meteen aan toe te voegen: ‘Het kan ook van die vier aspirines komen natuurlijk.’
Ze schreef over de afwas als een vorm van boetedoening, ze schreef over haar groeiende geloof in God, ze schreef over haar verliefdheid op haar therapeut en haar affaire met de man bij wie ze inwoonde, ze schreef over de rommel op haar bureau en over de bloemen die ze bleef kopen, hoe ver ze er ook voor moest lopen, ze schreef over het lot dat haar als Jood te wachten stond. Geleidelijk leek ze de balans te vinden die ze zocht, terwijl de wereld om haar heen steeds turbulenter en dreigender werd.
Westerbork
De dagboeken die Hillesum in Westerbork schreef, werden in Auschwitz vernietigd. Maar in een brief uit Westerbork, enkele maanden voor haar dood, schreef ze over een avondwandeling langs het prikkeldraad, toen ze plotseling had gedacht: ‘Dit leven is iets prachtigs en iets groots, we moeten nog een hele nieuwe wereld opbouwen later – en tegen iedere wandaad te meer en gruwelijkheid te meer hebben wij een stukje liefde en goedheid te meer tegenover te stellen, dat we in onszelf veroveren moeten.’
Op de dag na haar deportatie schreef een vriend in een brief aan haar geliefden dat ze vriendelijk en vrolijk in de trein naar Auschwitz was gestapt. Hij merkte op hoe ontredderd de achterblijvers waren, omdat Hillesum zo veel voor hen had betekend.
Ze had niet alleen een manier gevonden om zelf overeind te blijven in de chaos om haar heen, ze wist ook een pleister te zijn, al kon ze het geweld en de wonden niet wegnemen. Ze was op vele fronten machteloos, maar toch voelde en gedroeg ze zich niet zo. Ze leek heel helder te weten wat buiten haar macht lag en wat erbinnen.
Meebouwen
Schrijven was een van de dingen die binnen Hillesums macht lag. En met wat ze schreef, heeft ze generaties na haar geïnspireerd. Misschien voorvoelde ze dit toen ze vanuit Westerbork schreef: ‘Ik bouw al mee aan een maatschappij na deze.’ Misschien was het een vorm van grootheidswaanzin. Maar je kunt ook stellen dat het realisme was. Dat we allemaal, ieder binnen onze eigen invloedssfeer, meebouwen aan een maatschappij na deze.
Hillesums teksten laten een compleet mens zien, in al haar wijsheid, maar net zo goed in al haar kinderachtigheid, al was ze zich daar meestal heel goed van bewust. Dat iemand schrijvend en levend in het oog van de storm tot zulke inzichten en observaties kon komen, geeft mij hoop. Juist doordat ze in haar dagboeken zo veel kanten van zichzelf liet zien, kan ik me aan haar spiegelen. Ik besef: wat haar overkwam, kan ook mij overkomen. Sterker, deze dingen gebeuren ook in deze tijd, al gebeuren ze niet met mij. Ze nodigt me uit me af te vragen hoe ik me in mijn tijd kan verhouden tot de rottigheid der mensen, die ook in mijzelf zit.
Er valt nog veel meer over Etty Hillesum te zeggen, maar dat zal ik hier niet doen. De prijs die ik verzon, werd een wedstrijd: ik laat het woord aan u. Hillesums werk moet worden afgestoft, keer op keer. Het mag eigenlijk nooit stoffig worden. Deze wedstrijd kunt u zien als een stofdoek die ik u aanbied. Stoft u mee?
In een eerdere versie van dit stuk werden Frida Vogels en Henriëtte Roland Holst omschreven als ‘dode vrouwen die vroeger mooie dingen hebben geschreven’, maar schrijver en dichter Frida Vogels leeft nog, en is 96 jaar. De Volkskrant biedt haar excuses aan.
Onderduiken voor de Duitsers weigerde ze, dat vond ze niet eerlijk tegenover de vele Joodse mensen die niet genoeg geld of connecties hadden om te kunnen onderduiken. Ze wilde het lot van haar volk delen. En dat deed ze: in september 1943 werd ze op 29-jarige leeftijd samen met haar vader, moeder en jongere broer naar Auschwitz gedeporteerd. Ze kwam er niet levend vandaan.
Gerda Blees, de Volkskrant en het Etty Hillesum Huis presenteren:
De Etty Hillesum Schrijfwedstrijd: brief uit het heden
‘Ik zal het leven liefhebben, hoe dan ook’, schreef Etty Hillesum in een van de donkerste periodes van onze geschiedenis. In een tijd waarin hoop, schoonheid en menselijkheid opnieuw onder druk staan, vragen we: hoe ziet u dat vandaag?
Schrijf een brief aan Etty Hillesum waarin u met haar in gesprek gaat over de betekenis van haar gedachtegoed in deze tijd. Welke spiegel houdt ze u – en onze tijd – voor?
We zoeken een literaire brief die:
getuigt van persoonlijke reflectie en visie op Hillesums teksten en gedachtegoed;
een duidelijke verbinding maakt tussen haar tijd en onze tijd;
een persoonlijke, maar ook universele boodschap uitdraagt;
stilistisch krachtig en authentiek is.
VOORWAARDEN EN OPZET
De tekst moet geschreven zijn in briefvorm, in het Nederlands;
De lengte ligt tussen de 500 en 750 woorden.
De inzendingen worden beoordeeld in twee leeftijdscategorieën: jongeren t/m 17 jaar en volwassenen vanaf 18 jaar.
De inzendingen worden beoordeeld door een jury van professionele schrijvers en Etty-Hillesumkenners: Judith Koelemeijer, Marloes Matthijssen, Sheila Sitalsing en Klaas Smelik.
Stuur je brief in als Word-document of pdf naar schrijfwedstrijd@ettyhillesumhuis.nl, o.v.v. ‘EH wedstrijd’. Vermeld je naam, e-mailadres en geboortedatum onderaan het document.
Inzenden kan tot en met 9 maart 2026.
Voor docenten in het middelbaar onderwijs die de wedstrijd onder de aandacht willen brengen bij hun leerlingen is er een lesbrief beschikbaar op ettyhillesumhuis.nl.
PRIJZEN
De beste inzending in elke categorie wordt op 5 mei gepubliceerd in de Volkskrant en tentoongesteld in het geboortehuis van Etty Hillesum, het Etty Hillesum Huis in Middelburg. De winnaars ontvangen ieder een geldbedrag van 500 euro. De prijsuitreiking vindt plaats bij het Vrijheidssymposium van het Etty Hillesum Huis, ook op 5 mei.
15 januari van 19.00 tot 20.00 uur vindt een online herdenking van de geboortedag van Etty Hillesum plaats, waarbij Gerda Blees de wedstrijd zal toelichten. Aanmelden kan op de website van het Etty Hillesum Huis.

