| Column over de Kleine Prins (4) |
|
|
|
|
Door Marieke van Attem
In plaats daarvan beland ik op de planeet van de vuurrode Meneer en ik blijk angstig veel met de man gemeen te hebben, wanneer ik beschrijf hoe deze Meneer woont en aan het eind van de dag noteert wat hij heeft meegemaakt: “De meneer woont in een heel klein donker kamertje. Met 1 klein lampje op zijn bureau. En wel honderden schriftjes met fijne lijntjes. En een stoffige stoel waarin hij rekent zowel als schrijft en ’s avonds slaapt. Met zware gordijnen voor de ramen, die niet opengaan, ook niet overdag. Met een grote rieten deurmat waarop VOORZICHTIG geschreven staat. Omdat leven niet leuk en altijd oppassen is. Verdrietig realiseer ik me dat ik daar ben blijven hangen, de Prins uit het oog verloor, niet verder ben gereisd. Vanuit de verte fluistert de wind me zachtjes in de nekharen: “herinner je..............” en ik blader terug in m’n mooie zonnebloemen schrift en vind m’n verhaal over de trekvogels: “En ze nodigden me gelijk uit om mee te reizen, een tijdje weg te gaan van mijn planeet. Maar ik was bang, ik was nog zo klein, ik wist nog niet hoe ik vliegen en loslaten moest.En elk jaar kwamen ze even bij me aan. Dit jaar durfde ik ineens, wist ik dat ik moest gaan. Werd m’n planeet te bekend en te klein. En toen ze kwamen, heb ik me aan hun sterke poten laten optillen terwijl zij hun vleugels verbonden zodat ze me konden dragen en zo 1, 2 huppekee zijn we in de lucht gevallen en vloog ik mee over de zee en over de ruimte en over het donker en over het licht. Ik ben nooit bang geweest. Heb me niet verloren gevoeld. Ben gedragen door mijn gevleugelde vrienden en hier op aarde beland. Stroomafwaarts. Dat wel!”
Vanavond zal ik mijn dakraam openen en wachten tot ik het wieken van hun vleugels hoor. Meer informatie over deze schriftelijke cursus vind je hier.
Markeer als favoriet
Bookmark
Hits: 821 Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
|





